HR 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ1500

Internationale kinderontvoeringszaak; ongeoorloofde achterhouding van een minderjarig kind nadat het met zijn ouders uit Australië naar in Nederland was gekomen, bevel aan de moeder tot terugbrenging c.q. tot afgifte voor terugkeer; restrictieve toepassing van weigeringsgrond van art. 13 lid 1, aanhef en onder b, HKOV; ‘gewone verblijfplaats’ en ‘ongeoorloofd’ in art. 3 lid 1; heeft de man uitdrukkelijk of impliciet ingestemd met de achterhouding en een definitief verblijf van het kind in Nederland dan wel ‘berust’ als bedoeld in de weigeringsgrond van art. 13 lid 1, aanhef en onder a, HKOV?, maatstaf, stelplicht en bewijslastverdeling; in cassatie geen plaats voor een incidenteel verzoek tot schorsing van het uitvoerbaar bij voorraad verklaard bevel.

De uitspraak op rechtspraak.nl