HR 5 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0662
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2004, 165. Het hof heeft verzuimd in zijn bewijsoverweging met voldoende mate van nauwkeurigheid de bewijsmiddelen aan te geven waaraan het heeft ontleend dat de getuige ‘X heeft verklaard dat de daders de motor trachtten te starten’ en dat ook ‘verdachtes medeverdachte Y verklaart dat hij heeft geprobeerd de motor te starten nadat hij had gecontroleerd of er nog benzine in zat’. HR vernietigt bestreden arrest.