HR 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9576
Het hof heeft vastgesteld dat art. 11 van de door FedEx gehanteerde contractuele voorwaarden inhoudt dat degene die aan deze instelling van vervoer een brief toevertrouwt, FedEx op voorhand toestemming geeft de brief te openen in geval zij dit nodig acht of haar daarom wordt verzocht door een overheidsinstelling. Het hof heeft vastgesteld dat de afzender door een poststuk te laten vervoeren door FedEx en de daartoe bestemde airwaybill, waarin wordt verwezen naar de toepasselijke contractuele voorwaarden, in te vullen, heeft goedgevonden dat het desbetreffende poststuk door (een medewerker van) FedEx wordt geopend, al dan niet op verzoek van een overheidsinstelling zoals de douane. Voor het openen van de brief is ex art. 26.1 Douanewet geen bevel vereist van de RC in het geval de afzender het openen van de brief heeft goedgevonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl