HR 7 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8901

1. Art. 359.3 Sv en beroep op vrijspraak. 2. Aangeven waaraan feiten en omstandigheden ter verwerping van verweer zijn ontleend. Ad 1 en 2. Het hof oordeelde dat “de omstandigheden, waaronder de politieambtenaren verdachte en zijn vrienden in de nabijheid van de kennelijk gestolen fiets aantroffen, voldoende grond vormden voor een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, bijvoorbeeld diefstal of heling van die fiets” en verwierp het desbetreffende tot vrijspraak strekkende verweer. HR: Het hof – dat, gelet op het door de raadsman gedane beroep op vrijspraak, ten onrechte heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv – heeft verzuimd met voldoende mate van nauwkeurigheid aan te geven waaraan het de feiten en omstandigheden heeft ontleend die zijn vermeld in zijn hiervoor weergegeven overweging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen