HR 31 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7790
1. Vordering ex art. 5:17 Awb door ambtenaar Keuringsdienst van Waren. 2. Opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar ex Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Warenautoriteit 2002. Ad 1. HR verwijst naar conclusie van de AG inhoudend dat niet slechts de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees bevoegd was tot toezicht op slachterijen die werken met gespecificeerd hoog risicomateriaal maar dat (ook) de Keuringsdienst voor Waren bevoegd was o.g.v. de Destructiewet. Ad 2. X was o.g.v. art. 2 van voormeld Besluit als buitengewoon opsporingsambtenaar aangewezen. ’s Hofs oordeel dat hij in die hoedanigheid bevoegd was p-v op te maken t.z.v. het misdrijf van art. 184 Sr is gelet op art. 3.1 van genoemd besluit (waarin de opsporingsbevoegdheid tot bepaalde strafbare feiten is beperkt) onjuist. Het p-v kan daarom niet worden aangemerkt als een p-v ex art. 344.1.2° Sv. Het heeft te gelden als een ander geschrift ex art. 344.1.5° Sv dat alleen i.v.m. de inhoud van andere bewijsmiddelen voor het bewijs mag worden gebruikt, i.c. de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 184 Sr
- Artikel 12 Destructiewet
- Artikel 5:11 Awb
- Artikel 5:17 Awb
- Artikel 4b Regeling eisen eigenaar of houder van destructiemateriaal
- Artikel 6a Regeling eisen eigenaar of houder van destructiemateriaal
- Artikel 2 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Waren Autoriteit 2002
- Artikel 3 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Waren Autoriteit 2002