HR 19 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY6710

1. Inkeerbepaling art. 69.3 AWR en feitelijke leidinggever. 2. I.c. geen compensatie termijnoverschrijding door voortvarende behandeling in appel. Ad 1. Art. 69.3 AWR sluit onder de daar genoemde omstandigheden strafvervolging van de “schuldige” uit. Dat heeft tot gevolg dat degene die feitelijke leiding heeft gegeven aan de aan de schuldige verweten gedraging of die die gedraging heeft medegepleegd, niet van de inkeer van de schuldige kan profiteren. Bijzondere omstandigheden, waarbij te denken is aan een inkeer die is bevorderd door degene die aan de verweten gedraging feitelijke leiding heeft gegeven of die die gedraging heeft medegepleegd, kunnen tot een ander oordeel leiden (HR NJ 2001, 698). Het hof heeft geoordeeld dat, nu verdachte heeft verklaard niet op de hoogte te zijn geweest van de indiening van de zich in het strafdossier bevindende, door X opgestelde correctieaangiften betreffende de verschuldigde loonbelasting over de maanden 1-98 en 2-98 en evenmin daartoe opdracht te hebben gegeven, verdachte met de enkele verwijzing naar deze correctieaangiften geen beroep toekomt op toepassing van de inkeerbepaling. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat – zoals uit ’s hofs overwegingen volgt – verdachte niet zelf namens de rechtspersoon de aanvankelijke onjuiste aangiften heeft gerectificeerd, noch de inkeer van de rechtspersoon op enigerlei wijze heeft bevorderd. Ad 2. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2000, 721. 's Hofs oordeel dat wat betreft de overschrijding van de inzendtermijn met bijna 10 maanden kan worden volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn ex art. 6 EVRM is overschreden “gelet op de voortvarende behandeling in hoger beroep en het feit dat de totale behandelperiode van de zaak geen overschrijding van die termijn oplevert”, is zonder nadere motivering - die ontbreekt - niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat de zaak in appel eerst bijna 2 jaar en bijna 4 maanden na het instellen van het appel is afgedaan. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert de opgelegde straf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen