HR 10 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8680

Ontvankelijkheid verdachte in appel. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit NJ 2004, 462. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat aan verdachte door een baliemedewerker in het gerechtsgebouw onjuiste informatie is gegeven dat hij moest wachten op de brief met de uitspraak en daarna eventueel in appel kon gaan. Gelet daarop is 's hofs kennelijke oordeel dat geen sprake is van bijzondere, verdachte niet toe te rekenen omstandigheden die een overschrijding van de wettelijke beroepstermijn verontschuldigbaar doen zijn, niet zonder meer begrijpelijk. Aan het voorgaande doet niet af de omstandigheid dat een algemene, op de achterzijde van de dagvaarding opgenomen mededeling inhoudt dat een verdachte die tevoren op de hoogte is van de dag van de terechtzitting binnen 14 dagen na de einduitspraak appel moet instellen. Immers daar wordt ook aanbevolen zich tot de griffie te wenden om informatie te ontvangen over het instellen van een rechtsmiddel. Verdachte heeft, naar in cassatie moet worden aangenomen, van die mogelijkheid gebruik gemaakt en de hiervoor bedoelde specifieke informatie ontvangen. Dat die werd ontvangen van een centrale baliemedewerker maakt dit niet anders. Dit leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen