HR 4 juli 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8639
Conclusie AG over overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 als voortdurend delict en verjaring ex art. 72 Sr. Art. 2.1 Leerplichtwet 1969 bevat een voortdurende verplichting, die voortdurend wordt overtreden zolang van geregeld schoolbezoek geen sprake is. Dat betekent dat de verjaringstermijn eerst is beginnen te lopen nadat de periode waarin van geregeld schoolverzuim geen sprake was, ten einde is gekomen. Het hof heeft de tenlastelegging (die ziet op de periode van 1-11-01 t/m 1-8-02) zo kunnen opvatten dat sprake is geweest van een aaneengesloten periode waarin van geregeld schoolbezoek geen sprake is geweest, hetgeen verdachte als één enkel verzuim wordt aangerekend. Aan de hand van de gebezigde bewijsmiddelen kan worden geconcludeerd dat verdachte tot aan het eind van de tenlastegelegde periode in gebreke is gebleven. De verjaringstermijn is de dag na 1-8-02 beginnen te lopen, zodat er geen reden is om de OvJ niet-ontvankelijk te verklaren als de HR vóór 2-8-06 uitspraak doet. HR: 81 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl