HR 12 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7957

Antilliaanse zaak: bewijs recidive. In HR NJ 2003, 126 heeft de HR geoordeeld dat uit het systeem van SrNA volgt dat herhaling van een misdrijf een strafverzwarende omstandigheid vormt en dat die bij de strafoplegging slechts in aanmerking kan worden genomen indien zij aan verdachte is tenlastegelegd en d.m.v. wettige bewijsmiddelen is bewezen. I.c. is de vraag of is voldaan aan het laatstgenoemd vereiste waarbij art. 387.1 SvNA van belang is. Van de vordering wijziging tenlastelegging maakt als bijl. 2 deel uit een afschrift van " de strafkaart van betrokkene". Die strafkaart houdt o.m. een eerdere veroordeling in van verdachte. Het hof heeft klaarblijkelijk dat stuk voor ogen gehad waar het "een uittreksel t.n.v. verdachte uit het documentatieregister" bezigde tot bewijs. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat het geschrift is "opgemaakt door openbare colleges of ambtenaren, betreffende onderwerpen behorende tot de onder hun beheer gestelde dienst, en bestemd om tot bewijs van enig feit of van enige omstandigheid te dienen" ex art 387.1.c SvNA, zodat het niet als "ander geschrift" slechts zou kunnen gelden i.v.m. de inhoud van andere bewijsmiddelen. Gelet op inhoud, aard en herkomst van het geschrift is dat oordeel onjuist noch onbegrijpelijk. De bewezenverklaring van de strafverzwarende omstandigheid van recidive is dan ook voldoende met redenen o

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen