HR 29 augustus 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6423

Oogmerk ex art. 225 Sr. Vooropgesteld moet worden dat het in art. 225.1 Sr bedoelde oogmerk slechts ziet op het gebruik van het valse of vervalste geschrift en niet ook op het vervalsen of valselijk opmaken zelf. Voor bewezenverklaring van dat oogmerk is beslissend of verdachte de bedoeling had het desbetreffende geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken. Dat oogmerk kan dus bestaan ongeacht de vorm van het opzet die t.a.v. het valselijk opmaken of vervalsen wordt aangenomen (HR NJ 1998, 694). Het hof heeft geoordeeld dat de in de bewezenverklaring genoemde conceptminuut door verdachte of een ander zou worden gebruikt in het kader van de beslissing op een bezwaarschrift van X betreffende diens aanvraag van een verblijfsvergunning, en dat verdachte (ambtenaar IND) door “direct een beslissing te nemen” de bedoeling had dat de conceptminuut in evenweergegeven zin zou worden gebruikt. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen