HR 4 juli 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX2032

Handelingen na (gedeeltelijke) inbeslagneming drugs. De ±5 kg cocaïne in een postpakket worden voorafgaand aan de gecontroleerde doorlevering vervangen door een dummylading met ±10 g cocaïne. Ex art. 1.4 Opiumwet is onder binnen het grondgebied brengen begrepen het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling met betrekking tot die middelen die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht of tot de voorwerpen of goederen waarin die middelen verpakt of geborgen zijn. Nu in de tenlastelegging aan verdachte wordt verweten dat zij ongeveer 5 kg cocaïne daadwerkelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door die hoeveelheid vanuit Aruba te (doen) zenden naar een adres in A’dam, heeft het hof de vervolgens in de tenlastelegging opgenomen omstandigheid dat verdachte het pakket (daarna) heeft laten openmaken kennelijk niet opgevat als een handeling ex art. 1.4 Opiumwet t.a.v. die binnen het grondgebied gebrachte hoeveelheid cocaïne, maar als een feitelijkheid die de aan verdachte verweten betrokkenheid bij genoemde, op de daadwerkelijke invoer van die hoeveelheid gerichte handelingen ondersteunt. Die uitleg van de tenlastelegging is met haar bewoordingen niet in strijd en moet in cassatie worden geëerbiedigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen