HR 13 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW4459

1. Feiten en omstandigheden die rechter ten grondslag legt aan weerlegging beroep op strafuitsluitingsgrond en art. 359.2 Sv. 2. Verwerping beroep op noodweer(exces). Ad 1. De feiten en omstandigheden waarop de rechter zich beroept bij de weerlegging van een beroep op een strafuitsluitingsgrond behoeven niet uit de gebezigde bewijsmiddelen te volgen en de rechter hoeft in zijn verwerping ook niet het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. Het nieuwe art. 359.2 Sv maakt dat niet anders. 2. Het hof heeft de verwerping van het beroep op noodweer o.m. doen steunen op zijn oordeel dat verdachte zich kort voor de door hem toegebrachte steken, aan de confrontatie met X had kunnen en moeten onttrekken. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Voorzover het middel tegen dat oordeel opkomt met de stelling dat, naar door verdachte in appèl is aangevoerd “er nog iemand achter hem stond” stuit het af op de niet onbegrijplijke vastsstelling van het hof dat “uit de verklaringen van Y en verschillende omstanders, in onderling verband en samenhang beschouwd, is gebleken dat verdachte in de laatste fase van de vechtpartij, alvorens slachtoffer dodelijk gewond neerviel, slechts slachtoffer tegenover zich had en dat de overige bij de eerdere vechtparij betrokken personen zich niet in hun directe omgeving bevonden.” Genoemd oordeel van het hof dat verdachte zich aan de confrontatie met X had kunnen en moeten onttrekken – en dat verdediging dus niet noodzakelijk was – draagt de verwerping van het beroep op noodweer zelfstandig, zodat de klachten van het vierde middel die zijn gericht tegen hetgaan het hof ter verwerping van dat beroep daarenboven heeft overwogen geen bespreking behoeven. Voorts heeft het hof geoordeeld dat, ook als in aanmerking wordt genomen dat verdachte zelf eerder vóór het bewezenverklaarde feit het slachtoffer is geweest van een steekpartij, niet aannemelijk is geworden dat door de aanval van het slachtoffer bij verdachte een hevige gemoedsbeweging is ontstaan die tot de aan verdachte verweten gedragingen heeft geleid. Ook dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet verder worden getoetst. Gelet op het voorgaande heeft het hof het beroep op noodweer en noodweerexces zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting op toereikende gronden verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen