HR 13 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3560

1. Openlijk ex art. 141.1 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Ad 1. Van “openlijk” geweld ex art. 141.1 Sr is sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard, zodat daardoor de openbare orde is aangerand, zonder dat evenwel is vereist dat ten tijde en ter plaatse van het plegen van het geweld publiek aanwezig was (HR NJ 1979, 618). Ad 2. In de bewezenverklaring ligt ’s hofs oordeel besloten dat openlijk geweld is gepleegd. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting gelet op de omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de geweldpleging plaatsvond in het voor het publiek toegankelijk gedeelte van een café. Mede in aanmerking genomen dat in het recht geen steun is te vinden voor de aan het middel en het verweer ten grondslag liggende opvatting dat van openlijke geweldpleging ex art. 141.1 Sr geen sprake kan zijn op de grond dat er feitelijk “geen vrije toegang en geen zicht op wat er binnen gebeurde” bestond, behoefde 's hofs oordeel geen nadere motivering, ook niet in het licht van art. 359.2 Sv (HR LJN AU9130).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen