HR 13 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6199

Ontnemingszaak en verweer uit hoofdzaak. Voorop moet worden gesteld dat aan de rechter, oordelend op de ontnemingsvordering, een zelfstandig oordeel toekomt m.b.t. alle verweren die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat. Daarbij heeft hij na te gaan of sprake is van een verweer dat rechtstreeks betrekking heeft op de ontnemingsvordering (HR NJ 1999, 589). Als een dergelijk verweer kan niet gelden het verweer dat in het opsporingsonderzoek in de hoofdzaak zodanige onregelmatigheden hebben plaatsgevonden dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ in zijn vervolging. Wat betreft die ontvankelijkheid is de rechter in de ontnemingsprocedure gebonden aan het daaromtrent in de hoofdzaak gegeven oordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen