HR 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6197
Na sluiting onderzoek terechtzitting verzoekt raadsman bij brief heropening omdat verdachte op de dag van de terechtzitting is gearresteerd. De inhoud van de brief kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat verdachte op de nadere terechtzitting aanwezig had willen zijn en dat de omstandigheid dat hij op die dag is gearresteerd en in verzekering is gesteld, hem dat heeft belet. Gelet daarop is ‘s hofs oordeel dat de verdachte, door niet tijdig aan het hof te laten weten aanhouding van zijn zaak te wensen, alsnog zijn aanwezigheidsrecht heeft prijsgegeven, niet zonder meer begrijpelijk, nu het hof niet heeft doen blijken van een onderzoek naar de mogelijkheden die aan verdachte onder de gegeven omstandigheden feitelijk ter beschikking stonden om aanhouding te vragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl