HR 14 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6085
Wet Bopz. Verzoek om voorwaardelijke machtiging, verlening van een voorlopige machtiging onder ontbindende voorwaarde dat de – ter zitting afwezige – officier van justitie op de voet van art. 8a Wet Bopz niet binnen enkele dagen een daartoe strekkend verzoek zal doen; rechtskracht van ter zitting gegeven beslissing; geen ambtshalve bevoegdheid rechter andere machtiging te verlenen dan verzocht; rechtszekerheid, strijd met art. 2 lid 1 Wet Bopz, art. 15 Gw. en 5 EVRM
De uitspraak op rechtspraak.nl