HR 30 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV5019

Redelijke termijn. Pleegdatum 16-6-01, vonnis rb 27-11-03, appèl ingesteld 11-12-03, arrest hof 18-10-04. ’s Hofs oordeel dat kon worden volstaan met constatering van de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en dat deze niet behoefde te leiden tot strafvermindering is onbegrijpelijk. Weliswaar kunnen bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat wordt volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden, maar de door het hof genoemde omstandigheden - lichte overschrijding, totale duur berechting in 2 instanties, voldoende voortvarend, aard en ernst feit en recidive verdachte rijden onder invloed - kunnen niet als zodanige bijzondere omstandigheden worden aangemerkt. ’s Hofs oordeel is daarom niet met voldoende redenen omkleed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen