HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654
Geschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van executeur-testamentair op de voet van art. 51a lid 2 Sv. als benadeelde partij had gevoegd in de strafzaak waar de rechter bij onherroepelijk strafvonnis de schadevordering gedeeltelijk heeft toegewezen; ontvankelijkheid, komt aan beslissing van strafrechter op de voet van art. 236 lid 1 Rv. gezag van gewijsde toe?; uitleg van art. 361 lid 3 Sv. in het licht van art. 6 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl