HR 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633
Gebruik voor bewijs van bij politie afgelegde verklaring van getuige die zich ter terechtzitting op zijn zwijgrecht beriep. Feiten in cassatie: X heeft in zijn eigen strafzaak in Duitsland, die o.m. betrekking had op dezelfde feiten als waarvan in Nederland verdachte wordt verdacht, verklaard dat verdachte wetenschap had van de uitvoer van de XTC-tabletten.Voor zijn betrokkenheid bij o.m. dat feit is X in Duitsland veroordeeld. De voor verdachte belastende verklaringen heeft het hof tot het bewijs gebezigd. Zelf heeft verdachte steeds ontkend te hebben geweten dat het ging om de uitvoer uit Nederland van XTC-tabletten. Blijkens verklaringen van X was het de bedoeling dat die tabletten in Duitsland in motorblokken zouden worden verstopt voor export naar Australië. Verdachte heeft met het oog op de import in Australië van motor-onderdelen aldaar een onderneming opgericht en was betrokken bij een eerste zending naar Australië van een container met kratten met daarin motorblokken. Beoordeling HR: HR stelt voorop: (i) In het licht van het EVRM is het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig pv voorzover inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde verdachte belastende verklaring niet zonder meer ongeoorloofd en in het bijzonder niet onverenigbaar met art. 6.1 en 6.3.d EVRM. (ii) Van onverenigbaarheid als onder (i) bedoeld is in ieder geval geen sprake indien de verdediging in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen. De enkele omstandigheid dat een getuige die voor een rechter is opgeroepen en aldaar is verschenen, weigert een verklaring af te leggen, brengt niet mee dat inbreuk wordt gemaakt op het door art. 6.3.d EVRM gewaarborgde recht (HR NJ 1994, 427). In aanmerking genomen dat X als getuige is opgeroepen en is gehoord ter terechtzitting van het hof en dat de verdediging gelegenheid heeft gehad om over die getuige, diens afgelegde verklaringen en over hetgeen hij ter terechtzitting heeft verklaard naar voren te brengen wat zij noodzakelijk oordeelde, kon het hof met inachtneming van hetgeen hierboven is vooropgesteld, voor het bewijs gebruik maken van de verklaring van X, zoals tegenover de politie afgelegd. Dat het hof verder heeft overwogen dat die verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, moet daarbij worden gezien als een overweging ten overvloede, waarmee het hof kennelijk tevens heeft willen uitdrukken dat en waarom het de tot het bewijs gebezigde verklaringen van X voldoende betrouwbaar achtte.
De uitspraak op rechtspraak.nl