HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1613
Veroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een gebouw zitten. 1. Bepaaldheidsgebod. 2. Liberty of movement. Ad 1. Art. 78.1 APV ‘s-Gravenhage 1982 is niet in strijd met het bepaaldheidsgebod. De in die bepaling geformuleerde norm maakt voldoende concreet duidelijk welke gedragingen op of aan de weg met betrekking tot gebouwen zijn verboden en strafbaar gesteld en stelt de verdachte voldoende in staat zijn gedrag daarop af te stemmen. Ad 2. Art. 12 IVBPR en art. 2 Vierde Protocol EVRM staan - telkens in het derde lid - op het in die bepalingen neergelegde recht op "liberty of movement" beperkingen toe die noodzakelijk zijn onder meer ter handhaving van de openbare veiligheid en de openbare orde. Op de openbare veiligheid en de openbare orde heeft de gemeentelijke wetgever klaarblijkelijk het oog gehad, gelet op de aanhef van art. 78 “Overlast bij of in gebouwen” en blijkens de plaatsing van art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982 in Afdeling IV "Andere maatregelen betreffende de openbare orde" van Hoofdstuk II "Openbare Orde". In het bepaalde in het derde lid van elk van de bedoelde verdragsbepalingen kan de beperking van het recht op "liberty of movement", die art. 78.1 APV ‘s-Gravenhage 1982 meebrengt, haar rechtvaardiging vinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl