HR 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1156

De opvatting dat het ontbreken van een vertaling van de inleidende dagvaarding in een taal die verdachte begrijpt de nietigheid van die dagvaarding meebrengt, is onjuist. Wel behoort de rechter, indien hij van oordeel is dat verdachte door die omstandigheid in zijn verdediging is geschaad, het onderzoek ter terechtzitting te schorsen opdat verdachte alsnog op de hoogte kan worden gesteld van de tegen hem ingebrachte beschuldiging (HR NJ 2002, 317). Indien de PR ten onrechte zou hebben nagelaten het onderzoek te schorsen opdat aan verdachte alsnog een vertaling van de dagvaarding kon worden verstrekt, zou dat het hof niet hebben genoopt tot verwijzing van de zaak naar de PR ex art. 423.2 Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen