HR 14 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9114

Bewaring t.b.v. rechthebbende. In de in art. 353.1 Sv bedoelde gevallen wordt een ex art. 94 Sv inbeslaggenomen voorwerp a) teruggegeven aan de beslagene tenzij b) er een ander is die redelijkerwijs als rechthebbende op dat voorwerp kan worden aangemerkt, in welk geval dat voorwerp aan die ander wordt teruggegeven, doch c) het staat de rechter vrij de bewaring van dat voorwerp t.b.v. de rechthebbende te gelasten, indien naar zijn oordeel aannemelijk is dat de beslagene daarop geen recht heeft en er geen ander is die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt (HR NJ 2003, 19 en HR LJN AU5785). In ’s hofs beslissing strekkende tot toepassing van art. 353.2.c Sv ligt als zijn oordeel besloten dat aannemelijk is dat verdachte niet als rechthebbende t.a.v. die voorwerpen kan worden aangemerkt. Dat oordeel is, voorzover de voorwerpen onder verdachte in beslag zijn genomen – in aanmerking genomen het in appèl door verdachte t.a.v. verschillende van die voorwerpen gevoerde verweer dat hij daarvan eigenaar is – zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen