HR 14 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8923
Wots-zaak. De opvatting dat bij strafoplegging ex art. 31 WOTS voor toepassing van art. 57 Sr geen plaats is, is onjuist. De rb heeft blijkens de aanhaling van art. 57 Sr geoordeeld dat de feiten die aan het buitenlandse vonnis ten grondslag zijn gelegd naar Nederlands recht als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd die meer dan één misdrijf opleveren. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl