HR 14 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8125

Ontnemingszaak; bewijs. Ex art. 511g.2 jo. 415 en 359.1 Sv dient de uitspraak op een vordering ex art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend. De bestreden uitspraak voldoet niet aan dit vereiste. Het hof heeft weliswaar verwezen naar het arrest in de hoofdzaak, maar dit arrest bevat geen bewijsmiddel waaruit de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan volgen. ‘s Hofs vaststelling in de strafmotivering in dat arrest dat betrokkene na de moord € 4000,- heeft ontvangen van X kan niet als een zodanig bewijsmiddel worden aangemerkt, nu dit geen wettig bewijsmiddel is in de zin van art. 511f Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen