HR 17 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7124
Oplegging TBS en gedragskundig advies. 1. De rechter kan ex art. 37a.2 jo. art. 37.2 Sr van een advies dat eerder dan een jaar vóór aanvang van de terechtzitting is gedagtekend slechts gebruikmaken met instemming van het OM en verdachte. Nu de verdediging i.c. niet heeft ingestemd met het advies van 28-8-03 en het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is aangevangen op 8-11-04, heeft het hof ten onrechte de oplegging van TBS op dit advies gebaseerd. 2. Het PBC-rapport dat is ondertekend door arts-assistent, psychiater en psycholoog houdt niet in waaruit de samenwerking tussen de arts-assistent, die geen psychiater is ex art. 90septies Sr, en de psychiater heeft bestaan. ’s Hofs oordeel dat ook de psychiater verdachte heeft onderzocht ex art. 37.2 Sr is onjuist noch onbegrijpelijk in het licht van de inhoud van het faxbericht van het PBC omtrent de taakverdeling tussen arts-assistent en psychiater.
De uitspraak op rechtspraak.nl