HR 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6747
Verduistering; wederrechtelijk toe-eigening. Uit de omstandigheid dat de door verdachte gevonden creditcards bij de fouillering ter gelegenheid van zijn insluiting zijn aangetroffen – en het vinden daarvan dus niet eigener beweging door hem aan de politie is gemeld, waartoe hij als vinder gehouden was en waartoe hij voorafgaande aan de fouillering de gelegenheid moet hebben gehad – in samenhang beschouwd met de plaats waar die creditcards bij hem zijn aangetroffen (in verdachtes portemonnee), heeft het hof kunnen afleiden dat sprake was van wederrechtelijke toe-eigening.