HR 22 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3888

1. Bewijs opzet bij poging doodslag. 2. Subsidiair beroep op noodweer. 3. Culpa in causa. Ad 1. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – is aanwezig indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. ’s Hofs oordeel dat verdachte willens en wetens de naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk te achten kans heeft aanvaard dat X zou komen te overlijden als gevolg van het door verdachte (op enkele centimeters van X) geloste schot dat hem in diens bovenbeen heeft getroffen, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. De omstandigheid dat verdachte de tenlastegelegde gedraging ontkent, behoeft niet zonder meer aan het slagen van een subsidiair beroep op noodweer(exces) in de weg te staan (HR NJ 2004, 286). Voorzover het middel ervan uitgaat dat het hof dat heeft miskend, ziet het eraan voorbij dat i.c. geen sprake is van een subsidiair beroep op noodweer, in die zin dat daaraan door de verdediging, in afwijking van de door haar primair ingenomen stellingen, een alternatieve lezing van hetgeen zich feitelijk heeft toegedragen ten grondslag is gelegd, althans dat een dergelijke alternatieve lezing van de feiten door de verdediging als grondslag van een subsidiair beroep op noodweer is aanvaard. ’s Hofs oordeel dat het beroep op noodweer, voorzover dat berustte op de door de verdediging daaraan ten grondslag gelegde lezing van de feiten, verworpen moest worden omdat die lezing van de gebeurtenissen niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. Ad 3. Het hof heeft feitelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat verdachte, terwijl hij zich ervan bewust was dat het slachtoffer X zwaar geweld zou kunnen gaan gebruiken, willens en wetens zelf met een geladen vuurwapen de confrontatie heeft gezocht met het slachtoffer en door het pistool te trekken zelf een gewelddadige reactie van het slachtoffer heeft uitgelokt. Het daarop gegronde oordeel van het hof dat verdachte onder die omstandigheden geen beroep op noodweer kon doen, is onjuist noch onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen