HR 15 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3126
Het verzuim om i.s.m. de geldende richtlijnen geen transactie aan te bieden, maar te dagvaarden, dient niet in alle gevallen tot niet-ontvankelijkheid van het OM in de strafvervolging te leiden. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat dit gevolg achterwege blijft. Een schending van het belang van verdachte om niet i.s.m. een richtlijn te worden gedagvaard kan in voorkomende gevallen voldoende worden gecompenseerd doordat ter terechtzitting door het OM een straf wordt gevorderd die feitelijk in overeenstemming is met het transactieaanbod dat aan verdachte overeenkomstig de richtlijn zou moeten zijn gedaan en de rechter bij zijn beslissing omtrent de strafoplegging ervan doet blijken vorenbedoeld verzuim in zijn beoordeling te hebben betrokken (HR NJ 2003, 65). ’s Hofs oordeel dat het verzuim om geen transactie aan te bieden i.c. (vordering en strafoplegging lager dan cfm richtlijn) niet hoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring, is onjuist noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl