HR 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2023
De uitspraak van een hof op een vordering ex art. 36e Sr dient ex art. 511g.2 jo. 415 jo. 359 Sv op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend. In dit geval is de schatting - behoudens de verdeling over de daders - rechtstreeks ontleend aan de bewezenverklaring in de strafzaak. Kennelijk ter staving daarvan heeft het hof die bewezenverklaring, waarin de bij de overvallen buitgemaakte geldbedragen zijn vermeld, in zijn arrest opgenomen. Het onder 2 van de bewijsmiddelen vermelde financiële rapport heeft het hof gebezigd voorzover dat inhoudt dat bij de desbetreffende feiten een, onderscheidenlijk twee mededaders betrokken waren, hetgeen van belang was voor de schatting van het voordeel dat betrokkene zelf uit de opbrengst van die feiten heeft genoten. Aldus is de schatting toereikend door bewijsmiddelen gestaafd.
De uitspraak op rechtspraak.nl