HR 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5706
Toezegging aan getuige. Door slachtoffer is in overleg met OvJ een geldelijke beloning ter beschikking gesteld aan een getuige voor het afleggen van een verklaring. Een gedeelte van de beloning zou pas worden verstrekt als een veroordeling zou volgen. 1. De opvatting dat een aan een getuige gedane toezegging als i.c. zonder meer als rechtens ontoelaatbaar moet worden beschouwd, is onjuist. 2. De getuige was geen verdachte of veroordeelde, zodat de 'tijdelijke aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken' n.v.t. is. 3. 's Hofs verwerping van het verweer dat de getuigenverklaring niet voor het bewijs mag worden gebruikt is onjuist noch onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat de verdediging noch de RC van de toezegging op de hoogte was t.t.v. het verhoor van de getuige door de RC en dat het pv van bevindingen m.b.t. die toezegging eerst na de behandeling in eerste aanleg beschikbaar is gekomen. De HR neemt mede in aanmerking dat de verdediging in appèl niet de gelegenheid heeft benut de getuige ter - nadere - toetsing van de betrouwbaarheid van zijn verklaring te doen oproepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl