HR 14 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4369
1. Uit de aanvrage kan niet volgen dat de aanvrager ook ttv het bewezenverklaarde feit al leed aan de daar bedoelde stoornis en evenmin dat de stoornis van dien aard was en in zodanig verband stond met het bewezenverklaarde dat het ernstig vermoeden rijst dat de rechter hem het strafbare feit niet zou hebben toegerekend wegens een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens en de aanvrager zou hebben ontslagen van alle rechtsvervolging. 2. Art. 457.1.2 Sv doelt met "de toepassing van een minder zware strafbepaling" op een wettelijke strafbaarstelling die - in verhouding tot de toegepaste - een minder zware straf bedreigt en niet op een veroordeling tot een minder zware straf.
De uitspraak op rechtspraak.nl