HR 7 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3998
Overtreding van art. 5 WVW 1994 met dodelijke afloop en AVAS-verweer. 1. Hij die zich in het verkeer van een gevaar bewust behoort te zijn, moet zichzelf in de gelegenheid stellen vast te stellen dat dit gevaar zich niet voordoet (HR VR 1963, 21). 2. Uit ’s hofs vaststellingen volgt dat het slachtoffer stond te wachten op de speciaal voor fietsers gereserveerde opstelstrook in afwachting van groen licht en dat verdachte, die zijn vrachtauto voor die opstelstrook tot stilstand had gebracht, haar niet heeft gezien voordat en terwijl hij optrok. Voorts oordeelde het hof dat verdachte, omdat hij ermee bekend was dat het zicht vanaf de bestuurdersplaats van de vrachtauto beperkt was i.v.m. een dode hoek aan zowel de linker-, rechter- als voorzijde van de cabine, zich bewust had behoren te zijn van het daarmee gepaard gaande gevaar dat juist fietsers bij het gebruik maken van de voor hen gereserveerde opstelstrook aan zijn zicht onttrokken zouden kunnen zijn en dat hij zichzelf in de gelegenheid had moeten stellen vast te stellen dat dit gevaar zich niet zou voordoen ongeacht de wijze waarop het slachtoffer het fietsersopstelvak had bereikt. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl