HR 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2971

Het (namens verdachte voorgestelde) middel klaagt over de afwijzing van het ter terechtzitting door de A-G bij het hof gedane verzoek, door het hof kennelijk opgevat als een een vordering, tot nader onderzoek. Het hof, overwegende dat het verzoek wordt afgewezen “omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken”, heeft aldus de juiste maatstaf toegepast. ‘s Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de vordering blijkens het p-v van de terechtzitting niet nader is gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen