HR 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8464

1. Geen ambtshalve cassatie. 2. Aan zijn zorg toevertrouwd ex art. 249 Sr. Ad 1. HR doet de middelen af met art. 81 RO en komt - ondanks een op de navolgende punten tot vernietiging strekkende conclusie AG - ook ambtshalve niet tot vernietiging en overweegt daartoe in de slotsom dat hij in aanmerking heeft genomen dat in cassatie niet is geklaagd over ’s hofs oordeel dat - een beperkt gedeelte van – het bewezenverklaarde begaan in de nacht van 5 op 6 april 2002 (“het zich als volwassene aftrekken in het bijzijn van een minderjarige, temeer nu zulks plaatsvond terwijl de verdachte in het bijzijn van die minderjarige een pornofilm bekeek”) als een ontuchtige handeling moet worden aangemerkt. Ad 2. Voorts merkt de HR op dat ’s hofs oordeel dat de in de bewezenverklaring genoemde X, die t.t.v. de onderhavige feiten 13 jaar was, aan de zorg van verdachte was toevertrouwd als bedoeld in art. 249.1 Sr onjuist noch onbegrijpelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen