HR 31 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS7570
Ontvankelijkheid verdachte in appèl. 1. De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de appèltermijn door de verdachte betekent in de regel dat hij niet in het appèl kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan bijv. worden gedacht aan vóór het verstrijken van de beroepstermijn verstrekte informatie waardoor bij de verdachte of diens raadsman de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn nog niet is aangevangen dan wel op een later tijdstip aanvangt dan uit de wettelijke regeling voortvloeit (HR NJ 2004, 462). 2. I.c. informeerde de secretaresse van de raadsman op de dag van de uitspraak naar de afloop van de zaak en kreeg van een griffiemedewerker telefonisch de mededeling dat de zaak voor onbepaalde tijd zou zijn aangehouden. Mede tegen de achtergrond van art. 346 en 347 Sv is niet begrijpelijk ’s hofs oordeel dat de raadsman niet op voormelde mededeling mocht afgaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl