HR 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS7552
OM-cassatie. 1. Vorderingen verlenging gevangenhouding lenen zich doorgaans voor enkelvoudige behandeling. Daarmee kan echter niet worden volstaan als de OvJ bij de vordering verlenging gevangenhouding tevens ex art 67b.1 Sv vordert dat de voorlopige hechtenis mede, onderscheidenlijk alleen voor een of meer andere feiten wordt bevolen. Een beslissing op een dergelijke vordering die neerkomt op een wijziging van de grondslag voor de verdere vrijheidsbeneming is in zoverre vergelijkbaar met de beslissing op de vordering gevangenhouding, welke o.g.v. art. 21.5 Sv meervoudig dient te worden behandeld. 2. Gelet op art. 67b.2 Sv jo art. 78.2 Sv berustte na de toewijzing door de rb van de vordering ex art. 67b.1 de toewijzing van de vordering verlenging gevangenhouding op de overeenkomstig eerstbedoelde vordering gewijzigde grondslag. De bestreden beschikking moet daarom aldus worden verstaan dat het hof de beschikking van de rb ook heeft vernietigd voorzover deze de verlenging van de gevangenhouding inhield. Na vernietiging van de beschikking van de rb had het hof zelf een oordeel moeten geven over de vordering verlenging gevangenhouding en over de vordering ex art. 67b.1 Sv, hetgeen niet is geschied. Over dit verzuim wordt in de schriftuur echter niet geklaagd.
De uitspraak op rechtspraak.nl