HR 15 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4744
1. Verplichting tot onderhoud en verzorging ex art. 255 Sr. 2. Strafmotivering. Ad 1. Verdachte heeft X, tot wiens onderhoud en verzorging hij verplicht was, tezamen en in vereniging met diens moeder, zijnde zij de ouder die ex art. 1:247 jo. 245 BW verplicht was X als haar minderjarig kind te verzorgen en op te voeden, in een hulpeloze toestand gebracht en gelaten. ’s Hofs oordeel dat verdachte wat betreft X moet worden aangemerkt als “degene die een minderjarige verzorgt en opvoedt zonder dat hem het gezag over die minderjarige toekomt” ex art. 1:248 BW, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet daarop is ’s hofs beslissing dat verdachte tot diens onderhoud en verzorging ex art. 255 Sr verplicht was, onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. ’s Hofs overweging “Het hof rekent verdachte bovendien zwaar aan dat hij geen blijk heeft gegeven zijn verantwoordelijkheid voor zijn daden te nemen door hoewel de dagvaarding in persoon is betekend niet op de zitting in hoger beroep aanwezig te zijn”, is onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat het hof niets heeft vastgesteld omtrent de reden van verdachtes afwezigheid (HR NJ 1988, 862).
De uitspraak op rechtspraak.nl