HR 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2769

Bewijs medeplegen doodslag. Uit de bewijsmiddelen heeft het hof niet onbegrijpelijk afgeleid dat verdachte in elk geval bij de verwurging van het slachtoffer aanwezig is geweest en dat hij X daarvan niet heeft weerhouden, noch zich op enigerlei wijze van het handelen van X heeft gedistantieerd hoewel daartoe de gelegenheid heeft bestaan gezien de tijd die met de dodingshandeling gemoeid moet zijn geweest. Voorts heeft het hof betekenis toegekend aan de gezamenlijkheid van het optreden van verdachte en X, zoals die tot uitdrukking komt in hun komst naar en hun vertrek uit de woning van het slachtoffer, alsmede aan de omstandigheid dat verdachte – ofschoon ook de inhoud van zijn tot het bewijs gebezigde brief duidt op eigen waarneming van hetgeen in de woning van het slachtoffer is voorgevallen – heeft verklaard dat hij in de tussentijd de woning al had verlaten en buiten in de auto heeft gewacht, aan welke verklaring het hof geen geloof heeft gehecht. ’s Hofs oordeel dat verdachte zo bewust en nauw met X heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen van doodslag is onjuist noch onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen