HR 22 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR8225

Behulpzaam zijn bij zelfdoding ex art. 294 (oud) Sr. 1. Het begrip "behulpzaam zijn" in art. 294 (oud) Sr heeft een eigensoortige, niet aan enige bepaling omtrent de deelneming aan strafbare feiten te ontlenen betekenis, die noch in dat artikel zelf, noch in de totstandkomingsgeschiedenis ervan nader is omlijnd. Bij de afbakening van dit begrip zal daarom aansluiting dienen te worden gezocht bij het algemeen spraakgebruik, terwijl de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is van "behulpzaam zijn" in belangrijke mate afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarvan de weging en waardering is voorbehouden aan de feitenrechter (HR NJ 1996, 322). 2. De opvatting dat van "behulpzaam zijn" geen sprake kan zijn indien het gaat om gedragingen die niet tijdens de uitvoering van de zelfdoding zijn verricht, maar daaraan voorafgaand, is onjuist. 's Hofs oordeel dat het moment waarop de hulp is geboden niet doorslaggevend is voor het antwoord op de vraag of sprake is van "behulpzaam zijn', is juist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen