HR 18 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5009
Beklag ex art. 552a Sv van notarisklerk X strekkende tot teruggave van voorwerpen (een dossier en een back-up van alle kantoorcomputers) die in beslag zijn genomen bij doorzoeking ten kantore van notaris Y, alwaar X werkzaam was. X wordt ervan verdacht dossiers van zijn vorige werkgever te hebben verduisterd en deze te hebben ingebracht in het bestand van notaris Y. Y wordt verdacht van medeplegen of medeplichtigheid van/aan verduistering en/of heling. 1. Het oordeel van de rb dat de geheimhoudingsplicht van notaris Y zich i.c. niet uitstrekt tot de inhoud van het inbeslaggenomen dossier en dat X te dier zake geen (afgeleid) verschoningsrecht toekomt, omdat het dossier voorwerp uitmaakt van het strafbare feit ex art. 98 Sv waarvan X en Y worden verdacht dan wel tot het begaan van dat feit heeft gediend, is niet onbegrijpelijk. 2. In het oordeel van de rb ligt besloten dat voor toewijzing van het verzoek om bij ongegrondverklaring van het beklag te bepalen dat X of een door hem aan te wijzen persoon bij de inzage van het dossier aanwezig is geen grond is, omdat aan X ter zake geen (afgeleid) verschoningsrecht toekomt en het dossier derhalve kan worden ingezien buiten zijn aanwezigheid. 3. Het oordeel van de rb dat het (afgeleid) verschoningsrecht van X zich niet uitstrekt tot de back-up schijven en de afwijzing van het verzoek om bij ongegrondverklaring van het beklag te bepalen dat X of een door hem aan te wijzen persoon bij de inzage van deze bestanden aanwezig is, zijn niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen de (technische) noodzaak van het maken van back-ups en de afspraken over de wijze van onderzoek daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl