HR 21 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR5013
Rijden onder invloed van cannabinoïden (vastgesteld o.g.v. NFI-rapport). Voor veroordeling t.z.v. art. 8.1 WVW 1994 is beslissend of uit de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte onder zodanige invloed van de desbetreffende stof verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht (HR NJ 2004, 438). De opvatting dat sprake moet zijn van “afwijkend rijgedrag en/of uiterlijke kenmerken waaruit de conclusie mag worden getrokken dat er onvermogen tot besturen was”, is onjuist.
De uitspraak op rechtspraak.nl