HR 14 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4901

OM-cassatie tegen vrijspraak van handelingen m.b.t. indigovinken “zijnde beschermde vogels”. Uit ’s hofs motivering van de vrijspraak blijkt niet dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door van een verkeerde opvatting van het begrip “een in Europa in het wild levende vogel uit te gaan”. De enkele mogelijkheid dat het hof van een verkeerde uitleg is uitgegaan, leidt niet tot vernietiging van de vrijspraak. HR verwijst voor toetsingskader naar HR NJ 2004, 480. De stelling dat het hof nader onderzoek diende te gelasten alvorens tot een einduitspraak te komen, vindt geen steun in het recht, evenmin als de stelling dat het hof – nu geen sprake was van een vordering of verzoek daartoe – zijn impliciete oordeel dat nader onderzoek niet noodzakelijk was, ambtshalve had dienen te motiveren.

De uitspraak op rechtspraak.nl