HR 21 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3658

Profijtontneming. 1. Middel over verwerping van bewijsuitsluitingsverweer faalt omdat a. 's hofs voordeelberekening steunt op bewijsmiddelen ten aanzien waarvan niet is aangevoerd dat zij onrechtmatig zouden zijn verkregen, b. het hof de in het verweer bedoelde gegevens slechts ten voordele van betrokkene heeft geraadpleegd en c. verweer noch middel inhoudt welke bewijsmiddelen uitgesloten hadden moeten worden. 2. Vereenzelviging van betrokkene met rechtspersonen. a. 's Hofs oordeel dat betrokkene bepaalde op de rekening van rechtspersoon X gestorte gelden ten eigen bate kon aanwenden is niet onbegrijpelijk. b. De opvatting dat de enkele omstandigheid dat bedragen zijn gestort op de rekening van rechtspersoon Y meebrengt dat deze bedragen niet kunnen gelden als door betrokkene verkregen voordeel ex art. 36e Sr, is in haar algemeenheid onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen