HR 14 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3226
Opzet en toerekenbaarheid na drank- en medicijngebruik. 1. Een verweer dat verdachte i.v.m. de toestand waarin hij verkeerde na voorafgaand gebruik van alcohol en medicijnen het tenlastegelegde niet opzettelijk heeft begaan, kan slechts slagen indien bij verdachte t.t.v. zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. 2. 's Hofs verwerping van het verweer dat het feit (zware mishandeling) niet aan verdachte kan worden toegerekend, komt erop neer dat verdachte in een korte periode grote hoeveelheden alcohol en medicijnen – die naar hij wist niet in combinatie met alcohol mochten worden gebruikt – tot zich heeft genomen en zich aldus vrijwillig heeft gebracht in de toestand waarin hij het feit beging. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl