HR 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3021
Profijtontneming. 1. Een tot afwijzing van de ontnemingsvordering strekkend requisitoir van de A-G staat aan oplegging van een ontnemingsmaatregel niet in de weg. 2. Het hof heeft bij de schatting van het voordeel rekening gehouden met een pondspondsgewijze verdeling tussen betrokkene en zijn twee mededaders. Op de schatting van het voordeel van betrokkene heeft het hof een derde deel van de inmiddels onherroepelijk toegewezen vordering van de benadeelde partij in mindering gebracht, tot betaling van welke gehele vordering betrokkene en zijn mededaders hoofdelijk zijn verbonden. 's Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste uitleg van art. 36e.6 Sr en is niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl