HR 26 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR2105

Aanwezigheidsrecht. De brief met aanhoudingsverzoek om ter terechtzitting aanwezig te kunnen zijn van de in Duitsland gedetineerde verdachte levert een duidelijke aanwijzing op dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. 's Hofs afwijzing van dat verzoek is, gelet op de omstandigheden van het geval, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Daaraan doet niet af dat op de laatste terechtzitting een gemachtigde raadsman is verschenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen