HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ9834

Herzieningsaanvrage Schiedammer parkmoord. 1. De conclusies van prof. Van Koppen omtrent de bekentenissen van aanvrager bevatten geen novum, maar moeten worden aangemerkt als een van 's hofs oordeel afwijkende mening. De feiten en omstandigheden waarvan de deskundige is uitgegaan en die tot zijn conclusies hebben geleid, heeft hij ontleend aan de stukken van het geding, welke het hof bekend waren ten tijde van zijn uitspraak. 2. Het hof heeft zich zelfstandig een oordeel gevormd omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van een slachtoffer. Anders dan in de aanvrage is aangevoerd, kan niet worden gezegd dat de conclusie van het hof omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van een slachtoffer zonder meer voortvloeit uit de verklaringen van de deskundigen Hees en prof. Bullens, noch dat die verklaringen een oordeel inhouden over het waarheidsgehalte van de betreffende verklaringen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen