HR 12 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8932

Redelijke termijn. 1. De opvatting dat een internationaal opsporings- en aanhoudingsbevel de redelijke termijn ex art. 6 EVRM niet kan doen aanvangen, is in zijn algemeenheid onjuist. 2. De redelijkheid van de duur van een strafzaak is mede afhankelijk van de invloed van verdachte op het procesverloop (HR NJ 2000, 721). Daarbij is o.a. van belang of hij vrijwillig en onvoorwaardelijk heeft meegewerkt aan de realisering van voormeld bevel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen