HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ0950
Van ontucht ex art. 247 en 249.1 Sr kan ook sprake zijn zonder lichamelijke aanraking tussen verdachte en de minderjarige. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval of de feitenrechter kon oordelen dat het bewezene het plegen van ontucht "met" de minderjarige oplevert. I.c. kon dat niet. De enkele omstandigheid dat de seksuele gedragingen (in aanwezigheid minderjarige ontkleed kijken van pornofilms, aftrekken en erecte penis tonen) zijn verricht in het bijzijn van de minderjarigen levert nog geen ontucht plegen met die minderjarigen op ex art. 247 en 249.1 Sr op. HR wijst op art. 239 en 240a Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl