HR 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1493

1. Beoordeling van beroep van arts op noodtoestand na actief levensbeëindigend handelen bij een patiënte met een zeer korte levensverwachting, die daartoe geen verzoek heeft kenbaar gemaakt, doch die tevoren op een daartoe strekkende vraag van de arts had te kennen gegeven te kiezen voor het leven en die nadien niet meer in staat was haar wil te uiten. Het gaat hier niet om euthanasie of hulp bij zelfdoding. De voor die gevallen door de HR ontwikkelde criteria lenen zich i.c. niet voor overeenkomstige toepassing. Een beroep op noodtoestand zal bij een geval als het onderhavige slechts bij hoge uitzondering kunnen worden aanvaard. Zo zal in een geval als het onderhavige de arts in noodoestand kunnen komen te verkeren indien zich dringende, de toestand van zijn patiënt betreffende, omstandigheden voordoen die meebrengen dat de arts komt te staan voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen. 2. 's Hofs oordeel dat het toedienen van een dodelijke dosis Alloferine niet als een vorm van palliatieve zorg kan worden aangemerkt is niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen